In de statuten van de Heemkundekring Rosmalen wordt de doelstelling geformuleerd als:
Wat de Rosmalense kranten betreft bevat het archief de volgende collectie:
Genealogie
De heemkundekring kan U op dit terrein van dienst zijn met:
De (internationale) tentoonstelling ’700 jaar Birgitta van Zweden’
In het jaar 2000 hebben historici, wetenschappers en andere cultuurhistorisch geïnteresseerden uit de plaatsen waar nog een birgittijns klooster staat dan wel een klooster heeft gestaan, zich verenigd in de SOCIETAS BIRGITTA EUROPA (SBE). In het perspectief van de historie van de woonplaats Rosmalen en het landgoed Coudewater met het voormalige dubbelklooster voor Birgittijnen en Birgitinessen is de HEEMKUNDEKRING ROSMALEN lid geworden van deze internationale organisatie.
De leden van de SBE komen uit de landen Zweden, Denemarken, Finland, Polen, Duitsland, België en Nederland. Op 19 februari 2003 vond een gezamenlijke presentatie plaats aan 200 leden van het Europees Parlement met een expositie in het gebouw van het parlement te Brussel. Deze ‘reizende’ promotietentoonstelling is nu in Rosmalen en wordt door onze vereniging uitgebreid met historische informatie over het klooster op het landgoed Coudewater en verder aangevuld met de periode waarin het landgoed o.a. (sinds 1870) is gebruikt als Psychiatrisch Ziekenhuis.
Dit jaar is het 700 jaar geleden dat de stichteres van de birgittijnse orde, de Heilige BIRGITTA VAN ZWEDEN werd geboren. Op het landgoed Coudewater in Rosmalen heeft Milla van Kampen in 1434 een dubbelconvent voor deze orde gesticht. Dit dubbelconvent was het eerste Birgittijns klooster in de huidige Benelux en het aangrenzend Rijnland van waaruit diverse andere kloosters zijn gesticht. De heilige Birgitta van Zweden is tevens patrones van Europa. In Zweden is het jaar 2003 uitgeroepen tot ‘Het Jaar van Birgitta’ en wordt gevierd met een grote tentoonstelling en diverse andere evenementen.
De omschrijving van de dorpsvlag voor Rosmalen, (vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2000), luidt: "In wit een rood (scandinavisch) kruis waarvan de armen van 1/5 vlaghoogte; in de vluchttop en in de vluchthoek een rode baan van 1/5 vlaghoogte en 7/15 vlaglengte; op de scheiding van broeking en vlucht een witte schijf rakende de snijpunten van de kruisbanen; in het midden van het broektopkanton een rood vierblad (gevormd door vier lindebladen om een knop) van 7/20 vlaghoogte."
De omschrijving van het dorpswapen van Rosmalen, (vastgesteld bij raadsbesluit van 18 maart 1999) luidt: "In azuur een ploeg van goud, boven vergezeld van een schild van zilver, beladen met een vierblad van keel."
Als je iets wilt lezen over de geschiedenis van Rosmalen zijn, naast de boekjes van Henk de Werd, vooral de dertien jaargangen van Rosmalla interessant. Betreffende de jaargangen 1 t/m 11 (1990 t/m 2001) en de dertien extra uitgaven van de Heemkundekring Rosmalen is door Martien Veekens een index op teksten en afbeeldingen gemaakt.
Een beknopte geschiedenis betreffende Rosmalen is opgenomen in het boekwerk "700 jaar Gemeenschap Rosmalen 1300-2000" (pagina 12 t/m 15). Voor dit boek is ook tijdbalk gemaakt met 25 bijzondere momenten uit de Rosmalense geschiedenis.
Bij het schrijven van verhalen uit de geschiedenis van Rosmalen zou gedacht kunnen worden aan:
De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft in haar vergadering van september jl. ingestemd met het voorstel voor de bouw van een nieuw Multifunctioneel Sociaal Cultureel Centrum in Rosmalen, lokatie Hoff van Hollantlaan, het voormalige gemeentehuis van Rosmalen.
En alsof dat niet genoeg was …..
In de nacht van 21 op 22 februari 1799, omtrent elf uren, werden een vrouw met vijf jonge kinderen en haar broer op een hachelijke wijze van het huis op de Boterweg bij Hintham, waarin zij woonden, ontzet door een verschrikkelijken watervloed en verbazend ijs, verzeld van ‘t ontzagelijkste onweer, welke dien nacht woedde. Het huis stortte in, waarbij de vrouw al dadelijk drie van haren vaderloze kinderen met al wat heur bezit was verloor. Het lukte broer en zus en haar twee overgebleven kinderen, onder wie een zuigend kind dat zij aan heur borst had, na veel worstelen den dood te ontkomen en op een stuk van het oud strodak der verbruizelde huizinge te geraken en daarop tussen de ontzettende baren en drijvend ijs dobberende, alle ogenblikken ‘t eindperk hunnen ‘s levens tegemoet ziende. Zij riepen voortdurend om hulp, dat evenwel in het holle van dien nacht door de vreselijk gonzende wind niet wel bij de inwoonders van Hintham gehoord kon worden. Vier redders, waaronder de schepen (later eerste burgemeester van Rosmalen) Willem Siepkens, zijn dan eindelijk, op levensgevaar, en den fellen vloed, en meedogenloos ijs trotserende, door de stikdonkere nacht, nadat ze reeds diverse tevergeefse pogingen daartoe hadden aangewend, met een kleine schuit gekomen en hun van gemeld stuk dak, uit dat doodsgevaar en benauwdheid des gemoeds, doornat en bijna verstijfd van koude met vele moeitens gered. Door het verschrikkelijke ijs, de woedende golven en de gierende storm hebben de redders de ongelukkige familie overgebracht ten huize van Willem Siepkens. Hij gaf hen droge kleren, stookte de kachel extra op en zorgde voor eten. De oudste van de twee overgebleven kinderen van de weduwe heeft echter zulke treffende rampen in het prilste van heur leven niet kunnen weerstaan en werd spoedig daarop ook een slachtoffer van dit schriktoneel. De zuigeling, haar laatste overgebleven dierbaar pand, is mede kortstondig daarop van heur moederlijk hart door den dood weggenomen.
Rosmalen is een ellendig land: 's Winters in 't water, zomers in 't zand
De strijd tegen het water leverde Rosmalen al vroegtijdig een vorm van bestuur op. Op 21 augustus 1309 (9 jaren en 1 dag na de uitgifte van gemeenschappelijke gronden aan de inwoners van Rosmalen, zijnde de officiële geboorte van de gemeenschap Rosmalen op 22 augustus 1300) zorgde hertog Jan II ervoor dat de polder, die in de volksmond "Eyghen" heette, een bestuur van zeven heemraden kreeg. Dit polderbestuur bediende zich van een wapen, dat een rechtstreekse voorvader is van het onlangs op 18 maart 1999 door de huidige gemeenteraad bevestigde, in eer herstelde, Rosmalens dorpswapen met het Maaslands vierblad en een gestileerde ploeg.
Rosmalen ligt vrijwel op de scheiding tussen zand- en kleigrond, tussen het zogeheten "echte" Brabant en het Brabants-Gelderse rivierengebied. Daarbij helt het grondgebied van Rosmalen van zuid naar noord af in de richting van de Maas. Doordat deze rivier in het winterhalfjaar veel water te verwerken kreeg, had vooral onze streek met veel overtollig water te kampen. In de late middeleeuwen had men een oplossing bedacht voor de problemen rondom de Maas, maar alleen West-Nederland plukte de vruchten van de Beerse Overlaat. De openingen in de Maasdijk bij Beers zorgden er voor dat de rivier zijn overtollige last kon lozen op … ons Maasland. Het Maasland kon pas op adem komen toen in 1942 de Beerse Overlaat definitief dicht ging en de inwoners van Rosmalen minder afhankelijk van de elementen waren geworden. Rosmalen was niet langer een ellendig land. Immers: Het water was bedwongen en het zand werd beplant.
Niet alleen watersnood, grote droogte, branden en besmettelijke ziekten teisterden Rosmalen in de loop der eeuwen. Tijdens de periode van de vele oorlogen tussen Brabant en Gelre tot 1543 toe heeft het Maasland heel veel klappen voor zijn hertogen moeten opvangen. In 1512 nog werden Rosmalen en Hintham voor een groot deel platgebrand.
Een verslag van een raadsheer van Karel V, die zich samen met Laagschout Jan van Baexen (Heer tot Rosmalen van 1505 tot 1511) in 1515 op de hoogte was gaan stellen van de toestand in Maasland, geeft aan onder welke omstandigheden de bevolking toen leefde. De "desolatie van arme menschen" deed hem tot de slotsom komen dat het beter zou zijn, het kwartier Maasland voor een periode van tien jaar maar de helft van de belastingen te laten betalen. Het aantal belastbare huizen moest volgens hem bovendien worden teruggebracht naar het vierde part. In de meeste gevalen meende hij namelijk de onderkomens van de mensen onmogelijk als ‘huis’ te kunnen bestempelen.
(…) het meestendeel van de huizingen en woningen in het Maasland zijn niet anders dan gevlochten omheiningen van teen met leem bedekt en met staken in de grond gestoken, gelijk koestallen en varkenskotten van het eenvoudigste soort, zodat het deerlijk is te zien, dat deze menschen zoo armelijk wonen en zoo geheel anders dan onze andere ondedanen in meer ellende en jammer moeten blijven. In den wintertijd sterven er velen van gebrek en koude omdat zij geen schouwen hebben, om vuur te stoken, daar de beste huizen nog maar hutte nzijn, op staken in den grond staande, zonder kelder of zolder of wat dan ook. In waarheid kan men het niet anders dan leugenwerk noemen, zulke verblijven te rangschikken onder de huizen (…)
Gedurende de Tachtig-jarige Oorlog was het hier een komen-en-gaan van allerhand vreemd krijgsvolk. De vrede van 1648 luidde een nog verdergaande moeilijke tijd in. Den Bosch en omgeving werden door de Hollanders als veroverd gebied beschouwd en vanuit Den Haag bestuurd. De jarenlang door oorlogen geteisterde Maaslanders gingen nu gebukt onder zware financiële lasten. De inwoners van Rosmalen moesten daarnaast hun kerk afstaan aan een klein groepje protestanten. Gelukkig werd hen nog toegestaan om de Birgittijnse kloosterkapel van de Abdij Marienwater te Koudewater te bezoeken. Na het gedwongen vertrek van de laatste Birgittinessen in 1713 tot aan de teruggave van de Lambertuskerk in 1823, moesten de Rosmalensen noodgedwongen van een schuurkerk gebruik maken, die op de plaats stond waar nu "De Kentering" staat. De inval van de Fransen luidde pas een periode in van meer vrijheid en na 1848 zelfs van democratie.
Op economisch gebied ging het vrijwel de gehele 19e en begin 20e eeuw vrij slecht met Rosmalen. Natuurlijk hadden de talrijke overstromingen van de Maas daarmee veel te maken. Zo stelde het gemeenteverslag over 1851: "De landbouw is hier in enen kwijnenden toestand. Het hoge water van den voorzomer zette al de landerijen in de polder van den Eigen, de Vliert, het Boschveld en de lage binnengedeeltes onder water. Hierdoor konden de bouwlanden, daarin gelegen, niet vóór half Mei worden bebouwd en gevolgelijk met niet anders dan met zomervruchten bezet en bezaaid worden. De beesten moesten laat in de weide, waardoor grote schade geleden werd." Handel en winkelnering deden het in Rosmalen evenmin goed. Het gemeentebestuur schreef dat in 1875 toe aan de omstandigheid dat "de meeste ingezetenen hunne benoodigdheden te ’s-Hertogenbosch halen en de gemeente als ’t ware overstroomd wordt door venters in allerlei soort van waren."
Tot ver in de 20e eeuw bleef Rosmalen haar plattelandskarakter behouden. Pas na de Tweede Wereldoorlog ging Rosmalen "in de lift". Eén van de mensen die dat proces van nabij meemaakte en richting eraan gaf, was Jan Heijmans. Begonnen in 1923 kon hij na de oorlog een bedrijf met tientallen werknemers inzetten voor heel wat grote karweien op gebied van wegen-, water- en woningbouw. Er moest toen heel wat worden opgebouwd in Nederland. Rosmalen profiteerde daarvan, want er waren hier meer grote aannemingsbedrijven gevestigd. Niet toevallig, want juist hier waren veel seizoenarbeiders, mensen voor wie een groot deel van het jaar geen werk was, mensen die nu wel brood op de plank kregen, op den duur zelfs mét beleg.
In de tweede helft van de 20e eeuw veranderde het dorp Rosmalen vooral ook van aanzien. Veel mensen waren de éénsteensmuurtjes en het rieten dak, hoe schilderachtig ook, beu, en bouwden nieuwe huizen. Rosmalen groeide en groeide van landbouwdorp en aannemersdorp uit tot een groot forensendorp. Van goed 1600 inwoners in de Franse tijd, 5000 in 1930 en 10.000 in 1960, groeide Rosmalen in 1985 uit tot een woonplaats met meer dan 25.000 bewoners.
De komst van zoveel nieuwe bewoners bracht met zich mee dat er binnen Rosmalen
behoefte kwam aan allerlei vormen van onderwijs, aan vele sportaccommodaties,
aan winkel- en ontmoetingscentra. Het pleit voor de bestuurders van toen, dat
zij ook voor deze zaken geijverd hebben.
Rosmalen is geen ellendig land meer! Een massaal en oprecht zingen van 't
Is Rósmalen waar ik van hou moge nog lang dezelfde bedoeling hebben
als het zingen van een Lang zal 'ie leven!
In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal.
Meer nog dan in de beginperiode, toen Rosmalen nog als een zelfstandige gemeente bestond, wil de Heemkundekring Rosmalen zich bewust blijven en anderen bewust blijven maken van de Rosmalense eigenheid, identiteit en synergie vanuit een gevoel van saamhorigheid. Vele mogelijkheden die zich daartoe aandienen zullen niet onbenut blijven. Met het in ere herstellen van het oorspronkelijk wapen, met het doen bevestigen van een nieuwe dorpsvlag en met het uitbundig vieren van een 700e verjaardag van de gemeenschap Rosmalen werd daarvan al getuigenis afgelegd.
Rosmalen, "Brug tussen Maasland en Hertogstad" …
Op 22 augustus bekrachtigt Hertog Jan II van Brabant de uitgifte van gemeijne
gronden aan de bewoners van Rosmalen met zijn zegel.
Dit moment mag gezien worden als de geboorteakte van Rosmalen als gemeenschap.
Op 21 augustus vaardigt Hertog Jan II van Brabant een oorkonde uit waarmee
het polderbestuur "Van der Eijgen" wordt ingesteld.
Het zegel dat men gaat gebruiken (oudst bewaarde afdruk uit 1348) zal 690 later
model staan voor het Rosmalens dorpswapen.
Milla de Kampen sticht het klooster Mariënwater te Koudewater, het eerste dubbelconvent van Birgittijnen en Birgittinessen in het bisdom Luik en de latere Benelux naar de orderegels van de Heilige Birgitta van Zweden.
Bij oorkonde van 1 juli wordt Jan van Baexen medestichter van een Augustinessenklooster binnen de parochie van Rosmalen. Het is zijn uitdrukkelijke wens om daarbij de naam van het castrum op de motte "Rodenborch" (voormalig eigendom van Aert Heijm) te wijzigen in "Sinte Annenborch".
Op 25 oktober krijgt Rosmalen een eigen heer: Ridder Jan van Baexen. Rosmalen wordt daarbij erkend als een hoge, middelbare en lage heerlijkheid.
In de maand september worden Hintham en Rosmalen (uitgezonderd de kloosters Annenborch en Mariënwater) door de Geldersen in brand gestoken. Pas in 1543 zal er een einde komen aan de Brabants-Gelderse oorlogen.
Het bestuur van Heze (Rosmalen en Nuland) heeft een nieuw zegel in gebruik genomen, gelijkend op het zegel uit (vermoedelijk) 1309.
De St.Lambertuskerk wordt verbouwd tot de vorm die hij nu ongeveer nog heeft. Een kraagsteentje uit de Mariakapel vermeldt nog heden betreffend jaartal.
De beeldenstorm treft ook kerk en kloosters te Rosmalen.
Op 14 september capituleert 's-Hertogenbosch na een langdurig beleg door Frederik Hendrik. De val van de hoofdstad der Meierij heeft vele vervelende consequenties voor de dorpen in die Meierij, waaronder Rosmalen.
Aan het einde van de Tachtigjarige Oorlog gaat de Lambertuskerk over naar een handjevol protestanten. Na nog enkele decenia gebruik te hebben gemaakt van de kapel te Koudewater vindt de overwegend katholieke gemeenschap tenslotte onderdak in een schuurkerk op de plaats waar nu "De Kentering" staat.
De laatste Rosmalense Birgittinessen vertrekken naar Uden. De Birgittijnen waren in 1652 reeds naar Hoboken nabij Antwerpen gegaan. De Birgittijn Judocus Roosen blijft ook na 1713 als pastoor in Rosmalen actief.
Rosmalen wordt getroffen door langdurige droogte en hitte. Onder het vee breekt een besmettelijke ziekte uit, waardoor bijna al het vee in de gemeenschap sterft.
Op 20 juli lijdt het dorp zeer veel "door donder, bliksem, hagel en stormwind". Er vallen 2 doden. Het koren op het veld is verpletterd, 300 bomen worden uit de grond gerukt, 80 huizen worden vernield.
Een van de meest tragische rampen uit de geschiedenis. De "roode loop" (een cholera-epidemie c.q. dysenterie) breekt uit. In twee maanden tijd sterft ongeveer 3% van de bevolking.
Willem, Prins van Oranje, aanvaart de soevereiniteit over het Koninkrijk Nederland als Koning Willem I. Tot eerste burgemeester van Rosmalen wordt benoemd de onder Frans bewind reeds functionerende representant van het Bataafs Volk van Brabant en "maire" Willem Siepkens.
Bij koninklijk besluit van 10 november krijgt de katholieke gemeenschap Rosmalen haar Sint Lambertuskerk terug. De protestanten krijgen de schuurkerk toebedeeld.
Dr. E. v.d. Bogaert en dr. L. Pompe, oprichters van de "Maatschappij tot verpleging van krankzinnigen op het land", kopen in augustus het landgoed Coudewater en stichten een psychiatrisch ziekenhuis te Rosmalen.
Stichting van het klooster Van Meeuwen. Wezen- en bejaardenopvang alsmede onderwijs krijgen meer aandacht.
Op 3 april begint Jan Heijmans een zelfstandig bedrijf voor grond- en waterwerken. Rosmalen zal een belangrijk aannemersdorp worden.
Op 8 januari wordt de Parochie van de H. Bernadette Soubirous in de Maliskamp gesticht. In 1935 wordt de eerste in Nederland aan Bernadette toegewijde kerk ingezegend.
Op 23 oktober, na hevige gevechten op de Kruisstraat, wordt Rosmalen bevrijd van de Duitse bezetter. Een dag later volgt Hintham.
De geboorte van de 10.000e inwoner (Hans van Schijndel) vindt plaats op 15 november. Hierna groeit Rosmalen van een eenvoudig dorp uit naar een forensenplaats met meer dan 25.000 inwoners in 1985.
Per 1 januari gaan de gemeenschappen Rosmalen en Den Bosch samen verder binnen een bestuurlijk nieuwe gemeente ‘s-Hertogenbosch. De gemeenschap Rosmalen wordt zich nog meer bewust van haar eigen identiteit.
Op 22 augustus, precies 700 jaar na de uitgifte van "gemene" gronden aan de bewoners van Rosmalen, stelt burgemeester Rombouts de nieuwe dorpsvlag officieel in gebruik en geeft daarmee aan waarde te hechten aan een voortbestaan van Rosmalen als een dorpsgemeenschap met een eigen verleden, heden en toekomst.